De meeste mensen deugen van Rutger Bregman

De meeste mensen deugen van Rutger Bregman

Een belangrijke vraag is, of de mens van nature goed of slecht is. Als je de media volgt, dan denk je al snel aan het laatste. De gevestigde orde (politiek en grootbedrijf) denkt hetzelfde. Rutger Bregman toont aan dat de inborst van de mens van nature goed is in zijn boek ‘De meeste mensen deugen’.

Bij het slechte imago wordt ervan uitgegaan dat onze beschaving een dun vernislaagje is over een bruut karakter. Er hoeft maar iets mis te gaan en wij vliegen elkaar naar de keel. Dit principe is de reden van allerlei dwingende regels om de massa onder controle te houden. Het houdt een leger ambtenaren aan het werk.

De vriendelijke mens

Maar de realiteit is, dat er geen wetenschappelijk bewijsmateriaal is voor deze stelling:

  • In diverse oorlogen werden burgerdoelen zwaar gebombardeerd om de wil van de mensen te breken. Maar die kwamen juist voor elkaar op en lieten zich niet kapot maken, ondanks alle ellende.
  • Soldaten (met name dienstplichtigen) moet je een mes op de keel zetten om op de vijand te schieten en met name als dat van dichtbij moet. De bajonet lijkt een wreed wapen maar werd juist daarom weinig gebruikt, omdat je een ander mens in de ogen moet kijken, terwijl je hem naar het leven staat. De meeste doden in oorlogen vielen dan ook door wapens die op afstand doden (en door ongelukken).
  • Soldaten die verschrikkelijke daden doen in uitzonderlijke omstandigheden, deden dat vrijwel altijd omdat ze hun collega’s willen ondersteunen of dat ze heilig geloofden in de noodzaak van het conflict. Elementaire onmenselijkheid (een aantal sociopaten daargelaten) speelde vrijwel nooit een rol, maar wel zorg voor de eigen groep. Met name de leiders manipuleerden de krijgers aan het front om ze tot geweld aan te zetten (en vaak lukte dat ook maar nauwelijks). Professionele militairen worden tegenwoordig getraind om zich mentaal te distantiëren van het geweld dat ze moeten toepassen.

Terug naar de natuur?

  • Bij traditionele volkeren die nog in de jager-verzamelaar fase verkeren, is weinig zinloos geweld te vinden. Alleen wordt soms hard opgetreden tegen stamgenoten die hun vrijheid misbruiken om meer op te eisen dan waar ze recht op hebben.
  • Het beroemde boek “Lord of the flies” over een groep jongens die op een eiland stranden en zonder controle door volwassenen een aantal van hen ombrengen, is van voor tot achter verzonnen. De auteur was een zwartgallige persoon die zelf serieuze mentale problemen had. De keer dat het in werkelijkheid gebeurde, bleven de jongens samenwerken en bleven ook daarna nog dikke vrienden, evenals met de kapitein die ze na anderhalf jaar bevrijdde van hun eiland.

Economie, bedrijven en gevangenissen

  • Veel economische theorieën zijn gebaseerd op het feit dat de ‘economische mens’ alleen uit eigenbelang (egoïstisch) handelt. In de praktijk blijkt echter dat die soort niet of nauwelijks bestaat. Dit laatste is helaas ook vaak in ons nadeel, want wij sparen te weinig, verzekeren niet slim genoeg en laten veel kansen liggen. Zie ook het werk van Kahneman (Thinking fast and slow) en Ariely (Predictably irrational) dat aantoont dat de mens irrationeel is en zijn eigenbelang vaak genoeg achterstelt op dat van de groep.
  • In bedrijven moest vroeger een sterk gelaagd managementkader het werkvolk ‘bewaken’. Tegenwoordig is de platte organisatie met een beperkt aantal lagen gebruikelijker zonder dat er bedrijven door omgevallen zijn. Sterker nog, zelfsturende organisaties zoals Buurtzorg zijn een lichtend voorbeeld, hoe betere dienstverlening tegen lagere kosten mogelijk is. Internationaal trekt dat veel aandacht, en terecht.
  • In de VS is de omvang van de gevangenisbevolking rond de 25% van alle gevangenen over de hele wereld*. Het recidivisme is er hoog, omdat de gevangenissen zo onmenselijk zijn dat ze alleen criminelen verder opleiden in hun afwijkende gedrag. Amerikaanse gevangenismanagers die in Noorwegen kwamen kijken, zagen bijna open gevangenissen waar de (zware) misdadigers hard moesten werken, maar wel als mensen werden behandeld. Het gevolg was een opvallend lage kans op herhaling van de misdaden.
  • En nog veel meer van deze voorbeelden.

Geweld in de media

De meeste mensen deugen van Rutger Bregman

En al dat geweld en onrecht dat de media rapporteren? Dat blijkt ten eerste maar een paar promille van de samenleving te betreffen en ten tweede feitelijk vaak heel slecht gerapporteerd. Er zijn helaas teveel sociopaten, mentale instellingen hebben te veel mensen de straat op moeten schoppen en narcisme neemt toe door de focus op materialisme en status. De afgelopen jaren is meer aandacht voor dit soort fenomenen, maar de meeste oplossingen zijn nog niet structureel. Het is maar een heel klein deel van de mensen dat de meeste problemen veroorzaken en de oorzaken zijn divers en niet zelden complex.

In algemene zin wordt de mens vaak vergeleken met de chimpansee, maar die is veel gewelddadiger dan wij. Mensen lijken veel meer op de vreedzame knuffelapen de Bonobo’s, die zijn zelfs (!) nog meer verzot op seks dan de mens.

Bregman stelt dat ‘Homo sapiens’ eigenlijk ‘Homo puppy’ zou moeten heten. Net als puppies worden mensen geboren als onschuldige wezens die aanhankelijk zijn en alles vertrouwen. Vergeleken bij de mensen uit de oertijd, zijn wij een gedomesticeerde soort. Net als wolven waaruit gedomesticeerde honden voortgekomen zijn, en tam vee dat gefokt is uit wilde voorouders. Wolven zijn geen ‘gemene dieren’, maar roofdieren die een ecologie gezond houden, dat heeft de herintroductie in de VS ook aangetoond. In ons kikkerlandje zal het ook met groeipijnen gepaard gaan, maar hopelijk leidt het tot meer evenwicht in de stukjes natuur die wij nog over hebben.

Coöperatief door evolutie

De mens heeft zich sociaal ontwikkeld om samen te werken. Want samenwerking maakt sterk. Wie er alleen voor staat verliest. Verstoting uit een groep is de ergste sociale straf die mensen (en dieren) kunnen meemaken.
Als soort voelen wij ons ook zeer verbonden met de mensen om ons heen, van gezin, familie, vrienden, buren, kennissen, etc. Binnen onze landsgrenzen voelen wij ons Nederlanders en als zodanig discreet t.o.v. Duitsers, Engelsen en Belgen. Sommige mensen voelen zich Europeaan, maar meestal alleen, als een Amerikaan wat neerbuigend over onze regio doet (maar inmiddels glijden die zelf af tot een derdewereldland).

Aan onze collaboratieve inslag zit echter wel een zwart randje. Wij voelen ons verbonden groepen die onze woonplaats en waarden bevestigen. Als er dreiging van een andere groep wordt gevoeld, dan kan agressie makkelijk zijn kop opsteken. Dan lopen de emoties hoog op en willen we opkomen voor de groep en de mensen dicht om ons heen. Dat gaat bv. bij voetbalvandalen behoorlijk mis. Maar uiteindelijk is het geen immoreel geweld maar extreem ‘wij en hullie’ gevoel.

Onbekend maakt onbemind

Wanneer groepen vreedzaam bij elkaar worden gebracht, dan ontstaat meestal veel meer begrip en acceptatie. Van dat laatste zijn prachtige voorbeelden in bv. Zuid-Afrika waar Nelson Mandela door gesprekken met blanke ‘vrijheidsstrijders’ een bloedige burgeroorlog wist te voorkomen. Als ‘de vijand’ op afstand zit, dan lijkt hij een bedreiging, maar dichtbij blijkt het ook maar een mens te zijn. Een goed voorbeeld van dat laatste is te vinden in de muur die extreem rechts tussen de VS en Mexico wil hebben. De Amerikanen in de zuidelijke staten kennen de Mexicanen als harde werkers en hebben er weinig problemen mee dat er veel arbeidsmigranten zijn. Het zijn juist de Amerikanen uit de noordelijke staten die er op hameren dat de muur er snel moet komen! Bizar, maar dat soort fenomenen verklaart veel spanning tussen groepen.

Respect

Als wij in Nederland de ‘nieuwe medeburgers’ beter zouden leren kennen, dan viel veel van de spanning weg tussen de groepen door wederzijds begrip. Als er weer een burgerdienstplicht komt en jongeren moeten ook in achterstandswijken helpen, dan zullen de jeugdafdelingen van PVV en FVD het een stuk moeilijker krijgen met de werving.

Utopia?

Bregman schreef eerder ‘Utopia for realists’ waarin hij beschreef, hoe met erkenning van het goede in de mens een betere samenleving mogelijk is. In ‘De meeste mensen deugen’ onderbouwt hij de psychologische basis waarop een utopische samenleving tot stand kan komen.

Mensen kunnen zelfstandig en zonder dwingende wetten of toezicht heel goed samenwerken. Bergman geeft voorbeelden hoe de betrokkenheid van burgers bij het toekennen van overheidsbudgetten, tot beslissingen leidt die veel beter uitpakken dan van de deskundige ambtenaren die lokale situaties vaak slecht in kunnen schatten. Inspraak maakt mondig en zorgt voor betrokkenheid. In het resultaat kunnen de meesten mensen zich goed vinden, omdat het niet van bovenaf wordt opgelegd. Politici eruit en sturing vanuit de burgerij. Overal! Wellicht nog deze eeuw!

Prijs!

Rutger Bergman won met dit boek in november 2020 de NS publieksprijs. Een terechte beloning voor een boek waar hij 6 jaar research voor heeft gedaan als journalist van de onafhankelijke organisatie De Correspondent (gedegen journalistiek zonder reclame).

Verkrijgbaar bij Bol.com en Amazon.nl.

Engelse titel: HumanKind (de vriendelijke mens)

Nog even het volgende…

Plaats een reactie